Informatie

Onderzoeksprogramma Sport

Sport heeft een centrale plek in onze samenleving. Sportieve activiteiten bevorderen een gezonde leefstijl en kunnen mensen helpen om tot op hoge leeftijd actief en gezond te blijven. Voor mensen die al een (chronische) aandoening hebben, is bewegen ook gezond. Het heeft een gunstig effect op het beloop van hun ziekte. Sport heeft ook een stimulerende en verbindende rol. Zo kan sport veel betekenen voor iemands persoonlijke groei, voor zijn of haar zelfwaardering en identiteit, voor de contacten tussen sporters en de manier waarop mensen elkaar bejegenen. Dat maakt sport ook zo belangrijk in onze samenleving die zorgen kent over betrokkenheid en vertrouwen, veiligheid, onderwijs en leerprestaties, normen en waarden.

Topsporters helpen met hun prestaties het internationale imago van Nederland te verbeteren. Ze kunnen ook een voorbeeld zijn voor mensen in andere sectoren, zoals in het onderwijs, om te willen presteren en excelleren. Het streven naar optimale sportprestaties kan bovendien leiden tot de ontwikkeling van nieuwe kennis en nieuwe technieken, die uitstraling hebben naar breedtesport, andere delen van de samenleving en die de kenniseconomie stimuleren.

Maar sport en bewegen heeft ook een keerzijde: blessures, doping, gokken, intimidatie, vandalisme en geweld in sport komen regelmatig voor. Om al deze zaken op waarde te schatten is er behoefte aan verdiepend onderzoek en onderzoek naar de (kosten)effectiviteit en implementatie van interventies, samenwerking en bundeling van krachten, verbetering van de kennisinfrastructuur tussen WO, HBO en sportpraktijk, innovatie in samenwerking met het bedrijfsleven (zie het topsectorenbeleid) en instrumenten voor de verspreiding en implementatie van onderzoeksresultaten.

Doelen

Het integrale onderzoeksprogramma Sport heeft tot doel om het wetenschappelijk onderzoek op het terrein van (top)sport en bewegen met betrekking tot de pijlers Presteren, Meedoen en Vitaal te versterken en zodoende kwalitatief hoogwaardige en duurzame kennis op te bouwen en die kennis in te zetten voor de praktijk. Met dit programma wordt uitvoering gegeven aan het Sectorplan sportonderzoek en –onderwijs 2011-2016 Fundament onder de Olympische Ambities. Drie thema’s van onderzoek staan centraal in dit onderzoeksprogramma Sport:

Presteren, gericht op het optimaliseren van (top)sportprestaties en bevorderen van innovaties;

Meedoen, gericht op sportparticipatie, en de betekenis daarvan voor de samenleving;

Vitaal, gericht op het bevorderen van vitaliteit en gezondheid door sportief bewegen.

Het laatste thema bouwt voort op het ZonMw-programma Sport, Bewegen en Gezondheid. Voor beleid en praktijk Belangrijk speerpunt binnen het programma is het inzetten van de ontwikkelde kennis voor beleid en praktijk. Dit betekent: landelijk en lokaal beleid en de praktijk. Met de praktijk wordt bedoeld onder meer de sportsector (sportverenigingen, sportbonden, andere sportaanbieders), het (sportgerelateerde) onderwijs, de zorg, overheden, het bedrijfsleven waaronder ook het MKB (mede in verband met sportinnovaties) en maatschappelijke organisaties. Samenwerking met bedrijven is van groot belang, zodat zij de ontwikkelde kennis kunnen inzetten en vertalen in – voor onze kennisintensieve economie belangrijk – innovatieve producten.

Met het oog op dit laatste is er een belangrijke link tussen dit onderzoeksprogramma en het ingezette topsectorenbeleid. In het onderzoek krijgt de gerichtheid op de praktijk van meet af aan vorm, afhankelijk van de aard van de projecten. Participatie van het bedrijfsleven en/of publieke instanties uit diverse relevante sectoren (in geld of in natura) is een vereiste voor alle projecten. De betrokken partijen zijn als (potentiële) gebruikers bij het opstellen van de aanvraag betrokken en blijven dat gedurende de hele looptijd. Meer specifiek werken deze partijen samen bij het articuleren van de onderzoeksvraag, bij het opstellen van een implementatie- of valorisatieplan en bij de implementatie, verspreiding van/ communicatie over de onderzoeksresultaten. De output van het programma zal dan ook niet alleen uit wetenschappelijke publicaties bestaan, maar nadrukkelijk ook uit praktische kennis, inzicht in economisch rendement, toepasbare producten en interventies en concrete oplossingen voor maatschappelijke en praktijk problemen. Wanneer de externe partners in de projecten de output benutten, is er sprake van maatschappelijk en economisch rendement.

Subdoelen

Door te investeren (zowel wat betreft de inzet van middelen alsook qua sturing en programmering) in een integraal onderzoeksprogramma Sport bestaande uit de boven genoemde pijlers ontstaat:

• samenhang in inhoudelijke programmering van de onderzoekslijnen in de context van het Sectorplan Sportonderzoek en –onderwijs 2011-2016;

• consolidatie, focus, massa en kwaliteit van onderzoek;

• verbetering van de financieringsmogelijkheden voor en programmering van sportonderzoek;

• versterking van de kennisinfrastructuur voor sport, zowel voor kennisontwikkeling als voor kennisvalorisatie; meer samenwerking en netwerkvorming tussen onderzoekers van verschillende disciplines en verschillende publieke instanties en (private) organisaties.

Resultaten eerste ronde 2012/2013

In de eerste ronde van het onderzoeksprogramma Sport zijn in totaal 25 subsidieaanvragen binnen de drie pijlers gehonoreerd. In de volgende 3 hoofdstukken zijn de gehonoreerde projecten per pijler inhoudelijk toegelicht.