Valorisatie- en ontwikkellab werpt vruchten af

Kind speelt jeu de boule in rolstoel

Veel kinderen met een motorische ontwikkelingsstoornis vermijden het liefst allerlei fysieke activiteiten, juist omdat ze daar moeite mee hebben. Dat kan leiden tot onzekerheid, een negatief zelfbeeld en steeds minder bewegen. Om hen toch te helpen, is er nu een handboek dat leraren en trainers helpt deze kinderen te ondersteunen.

Volgens hoogleraar gehandicaptenzorg Bert Steenbergen en promovenda Femke van Abswoude krijgen sportdocenten in hun eigen opleiding vooral geleerd hoe je kinderen traint met expliciet leren. Van Abswoude: ‘Zeg maar het aloude praatje, plaatje, daadje. Je legt een techniek uit, laat het zien en laat het de kinderen dan doen. Dat is voor kinderen met motorische beperkingen vaak lastig, mede omdat het werkgeheugen in de hersenen daardoor aan de slag moet, terwijl juist dit werkgeheugen bij hen niet altijd optimaal functioneert.’

Impliciet leren
In het handboek wordt daarom vooral gefocust op impliciet leren. Leren door te doen. De uitleg van een vrije worp bij het bastketbal is dan bijvoorbeeld: doe alsof je een koekje van de bovenste plank pakt. Het kind zal dan automatisch de armen strekken en de hand naar voren klappen. Steenbergen: ‘Docenten zijn dit niet gewend. Daarom staat het handboek boordevol praktische tips.’

Formatieplaats reserveren
Inmiddels is er enorme belangstelling voor het handboek. Zelfs in het buitenland. Als grote succesfactor noemt Steenbergen het Valorisatie- en Ontwikkellab. ‘Dat is een samenwerkingsverband van meer dan twintig organisaties die we voortdurend bij het proces betrekken. Van begin af aan hebben we daar een formatieplaats voor gereserveerd. Een enorme investering, maar het betaalt zich uit. Door elke stap samen met mensen uit de praktijk te doen en door voortdurend terugkoppelen is ons eindproduct echt afgestemd op de praktijk van docenten en trainers. Dat lab was een gouden greep.’

Meer bewustwording
Als voorbeeld noemt Van Abswoude een minihandboekje met een aantal oefenvormen dat lopende het project als proef werd ontwikkeld. ‘Dat boekje is in gymlessen uitgebreid getest door docenten. Daarbij bleek dat dat impliciet leren echt een eye opener was. We moesten duidelijk iets doen aan bewustwording daaromtrent. En docenten wilden vooral veel meer voorbeelden voor verschillende sporten. Liefst zo concreet mogelijk.’

Partners mede-eigenaar
Inmiddels worden de projectmedewerkers nationaal en internationaal gevraagd hun verhaal te doen. Juist door die nauwe samenwerking met allerlei partners weten mensen hen te vinden. Steenbergen: ‘Je moet voortdurend met mensen in contact treden. Maak partners mede-eigenaar van het product. Het gevolg is dat we nu overal worden gevraagd.’

Bekijk ook het project Meedoen met een motorische beperking: training en coaching op maat