Naar een optimale inzet van sportvoorzieningen ter stimulatie van sportdeelname


vanderPoel_universiteiten_metfoto
Van de overheidsmiddelen besteed aan sport komt 90% van gemeenten, die van hun budget 85-90% besteden aan bouw, beheer en exploitatie van sportaccommodaties. In geld uitgedrukt zijn sportvoorzieningen verreweg het belangrijkste instrument dat wordt ingezet om de sportdeelname te verhogen. Maar als het gaat om onderzoek naar sportdeelname gaat de meeste aandacht uit naar de ‘vraagkant’, naar de sociaal-culturele en sociaal-economische achtergronden en de motieven van sporters en niet-sporters, en nauwelijks naar de ‘aanbodskant’. Het ontbreekt hierdoor aan een goede ‘evidence-base’ voor effectief en doelmatig sportaccommodatiebeleid.

In dit programma staat de betekenis van sportvoorzieningen voor de sportdeelname centraal, bezien vanuit het perspectief van het gemeentelijk sportaccommodatiebeleid en de georganiseerde sport. Daarbij is het van belang meer inzicht te krijgen in de mate waarin het accommodatiebeleid effectief is, oftewel bijdraagt aan vergroting van de sportdeelname. En verder of dit beleid ook efficiënt is vorm gegeven en wat mogelijkheden zijn voor een doelmatiger accommodatiebeleid.
Het onderzoek kent drie deelprojecten:
1. Gevolgen van verzelfstandiging/ privatisering en concentratie/schaalvergroting van sportaccommodaties voor sportdeelname
2. Bereikbaarheidsanalyse voor de sport
3. Bouwstenen voor een doelmatiger sportaccommodatiebeleid

Met behulp van diverse onderzoeksmethoden (secundaire analyse, documentanalyse, case studies, expertbijeenkomsten en werksessies) wordt bijgedragen aan de wetenschappelijke
verdieping en een bredere ‘evidence-base’ voor het accommodatiebeleid. Het project draagt bij aan theorievorming rondom de rol van sportvoorzieningen bij sportstimulering en biedt handvatten voor besluitvorming bij accommodatievraagstukken en aanknopingspunten voor de inrichting van het sportaccommodatiebeleid. Het project resulteert in diverse wetenschappelijke publicaties (o.a. een dissertatie) en een palet aan praktijkgerichte output.

Projectleider: dr. H. van der Poel (Mulier Instituut)

Mede-aanvragers: dr.ir. D.F. Ettema (UU), drs. R.H. Hoekman (Mulier Instituut)

 

CONSORTIUMPARTNERS:

vanderPoel