Sportaccommodaties onderzocht

Sporten bij sportvereniging

Bijna 90% van gemeentebudgetten voor sport gaan naar de bouw, het beheer en de exploitatie van sportaccommodaties. Gelukkig blijken deze budgetten niet al te veel gekrompen te zijn door de bezuinigingen van de laatste jaren. ‘Desondanks kampen gemeenten soms wel met grote problemen,’ vertelt Hugo van der Poel, directeur van het Mulier Instituut.

‘Uit ons onderzoek blijkt dat we in Nederland een mooie dichtheid hebben van sportaccommodaties. Hockey-, voetbal- of tennisvelden, je vindt ze overal. Ook zwembaden tref je door het hele land heen aan.’ Het probleem is volgens Van der Poel dat het een ingewikkelde zaak is om dat voorzieningenniveau overeind te houden: ‘Dankzij de database die we hebben opgebouwd kun je goed zien dat er grote regionale verschillen zijn. In krimpregio’s loopt de vraag terug en staat de voorzieningendichtheid onder druk. Niet elk dorp heeft nog draagvlak voor een eigen voetbalveld. In de Randstad daarentegen neemt de behoefte aan sportaccommodaties toe, maar daar kampen gemeenten met ruimtegebrek.’

‘Als gemeenten overwegen om een sportveld te sluiten omdat er te weinig animo voor is, adviseren wij om eerst een breed sportvoorzieningenbeleid te ontwikkelen’, vertelt Van der Poel. ‘Wij hebben in kaart wat er regionaal aan voorzieningen is. We meten waar lokaal behoefte aan is en in welke mate de bevolkingssamenstelling verandert, zowel op korte als lange termijn. Dat ene veld sluiten heeft geen zin als er iets verderop juist behoefte is aan meer velden. Dan kun je beter kijken hoe je kunt samenwerken.’

Het is bekend dat in wijken waar mensen wonen met een lager inkomen minder gesport wordt. Uit het onderzoek blijkt dat dat ook geldt als er een sportveld ‘om de hoek’ ligt. ‘Blijkbaar is de aanwezigheid van een sportvoorziening niet allesbepalend voor sportdeelname. De sociaaleconomische status van wijkbewoners telt zwaarder.’ Alleen voorzieningen bieden, volstaat dus niet om deze groep meer aan het bewegen te krijgen.

De analyses uit het onderzoek zijn beschikbaar voor beleidsmakers van gemeenten. Van der Poel ziet nog wel meer mogelijkheden om het gemeentelijk sportaccommodatiebeleid te ondersteunen. ‘Ik wil graag nog onderzoek doen naar de gevolgen van privatisering van voorzieningen, naar het verbeteren van de duurzaamheid en naar sportdeelname in de openbare ruimte. Kinderen sporten vaak in clubverband, maar later gaan ze mountainbiken, hardlopen of gewoon fietsen. Dat gebeurt in parken, bossen of gewoon op straat. Ook daar dienen gemeenten voorzieningen voor te treffen.’