Tennissers aan zet

Tennis en online blessureprogramma

In het samenwerkingsproject van het AMC, VeiligheidNL en de KNLTB zijn het vooral de tennissers zelf die aangeven hoe en wat zij willen om de blessurepreventie te verbeteren. Uit een onderzoek blijkt dat ze graag meer informatie willen om op een goede manier preventieve oefeningen te kunnen doen. En dan bij voorkeur via een app voor tablet of smartphone.

Van de 930.000 mensen die tennissen zijn er 600.000 lid van de KNLTB. Als mensen hun lidmaatschap opzeggen, geeft 28% aan dat ze dat doen vanwege een blessure. Tennis staat dan ook in de top 5 van de sporten met de meeste blessures. Zonde, want met een goede preventie kun je in principe tot op hoge leeftijd blijven tennissen. Het gaat daarbij vooral om oefeningen die de fitheid, coördinatie, balans en flexibiliteit verbeteren en de spieren versterken.

Projectleider dr. Vincent Gouttebarge geeft aan dat bij het ontwikkelen van de gewenste app voortdurend wordt teruggekoppeld naar de tennissers en hun coaches zelf. Op basis van wetenschappelijke gegevens is een oefenprogramma opgesteld dat zou moeten leiden tot minder enkel-, knie-, schouder- en elleboogblessures. Gouttebarge: ‘We weten dat dit goede oefeningen zijn. Maar we hebben wel uitgetest of voor onze tennissers deze oefeningen ook goed uitvoerbaar zijn. Daardoor hebben we nu een programma dat én wetenschappelijk verantwoord is én aansluit bij de behoeften van tennissers.’

Inmiddels wordt er druk gewerkt aan het bouwen van de app. Afgelopen januari werden op twee draaidagen filmpjes van het oefenprogramma opgenomen. ‘Die filmpjes maken we op verzoek van de tennissers’, zegt Gouttebarge. ‘Ze willen kunnen zien hoe je zo’n oefening moet doen.’ Tijdens het komende zomerseizoen wordt de app een half jaar lag uitgetest onder zo’n duizend tennissers. De helft van hen krijgt de app om mee te werken, de andere helft is de controlegroep en krijgt de app niet. Elke twee weken vullen de deelnemers van beide groepen een korte vragenlijst in. Na afloop zal moeten blijken of de groep die de app gebruikt, inderdaad het oefenprogramma heeft gevolgd en minder last heeft van blessures.

In de laatste fase wordt – ook weer samen met tennissers en coaches – bekeken of het programma nog moet worden aangepast. En er wordt gezocht naar manieren om de app bekend te maken onder de sporters. Daartoe zal een implementatieplan worden opgesteld. Gouttebarge denkt dat als de app goede resultaten boekt deze met wat aanpassingen ook geschikt kan zijn voor andere sporten. ‘Denk aan badminton bijvoorbeeld. Dat is ook een racketsport.’