Balanceren tussen verdrogen en verdrinken

Vochtbalans

Iedereen kent de beelden van wielrenners die tijdens een rit alsmaar eten en drinken. Of voetballers die in de pauze flesjes vocht naar binnenwerken. Dat moet ook, want door zweten en verdamping dreigt een watertekort. Nieuwe meetapparatuur moet uitwijzen hoeveel vocht er ingenomen moet worden.

Ons lichaam bestaat voor 60% uit water. Dat bevindt zich grotendeels in onze cellen, en in mindere mate tussen de cellen en in het bloed. Komen onze cellen door overmatig zweten vocht tekort, dan vullen die cellen zich weer met vocht uit bijvoorbeeld het bloed. ‘Dat veroorzaakt problemen met de sportprestaties’, vertelt professor Ton van Leeuwen van het AMC. ‘Het bloedvolume daalt, de hartslag neemt af, er ontstaat zuurstoftekort in het bloed en het bloedcirculatie verloopt niet meer optimaal.’ Gevolg: lagere prestaties. Dus moet er gedronken worden. Maar ook weer niet teveel. Een mens kan letterlijk verdrinken in teveel water. Bovendien, als je een berg op moet fietsen, telt elke kilo lichaamsgewicht. En een liter water weegt nog altijd een kilo.

Pionieren
Vandaar het verzoek aan Van Leeuwen om een apparaatje te ontwikkelen waarmee sporters hun waterhuishouding kunnen meten. En het liefst draagbaar, zodat ze hun vochtbalans voor, tijdens of na de wedstrijd in de gaten kunnen houden. Dat is niet eenvoudig, want dit is geheel nieuw terrein. Van Leeuwen: ‘Er bestaat geen gouden standaard. Dus we moeten pionieren. Waar moet je meten? Wat moet je meten? Hoe moet je meten? ‘Zijn vakgebied, biomedische optica biedt oplossingen. ‘Als je licht op water schijnt, wordt dat op een bepaalde manier verstrooid en geabsorbeerd. Daardoor kunnen we met licht het vochtgehalte in weefsels meten. Dat is complex, maar ik ben ervan overtuigd dat het ons gaat lukken. Ik denk echter niet dat het een draagbaar appraatje wordt. Dat gaat nu nog niet. En nee, ik kan niet zeggen wanneer we zover zijn. We hebben een soort prototype maar die geeft soms nog onverklaarbare uitslagen.’

Medische wereld
Voor zijn onderzoek heeft Van Leeuwen met verschillende topsporters gesproken om te horen waar zij mee worstelen en waar zij behoefte aan hebben. ‘Dat was bijzonder leerzaam. Iedere sport heeft weer zo zijn eigen problemen.’ Ook de medische wereld kijkt met belangstelling toe. ‘Denk maar aan een Intensive Careafdeling. Daar is men bang dat patiënten verdrogen en dus geven ze hen veel vocht. Maar ook daar geldt: niet teveel en niet te weinig. Dus er is vanuit heel veel hoeken belangstelling voor onze meetapparatuur.’