Jonge sportonderzoekers krijgen tips en tricks uit het veld

Op 15 april organiseerden STW, ZonMw en NWO Geesteswetenschappen een dag voor jonge sportonderzoekers binnen het Onderzoeksprogramma Sport. Een groep van ongeveer twintig aio’s vanuit verschillende universiteiten en vakgebieden vergrootten er hun kennis op het gebied van samenwerken met het consortium, schrijven voor hun doelgroep en valorisatie. Tijdens het eerste deel van de dag waren er ook nog eens twintig embedded scientists aanwezig.

De ochtend stond onder leiding van Kamiel Maase van NOC*NSF. In zijn inleiding kregen de aanwezigen de achtergrond van het wetenschappelijke programma van de sportkoepel te horen en het daaruit voortgekomen Onderzoeksprogramma Sport. Maase vertelde over hoe hij binnen de pijler Presteren de rol van de zogeheten embedded scientist zag. ‘Een coach wil snelle feedback en resultaten. Deze kun je als wetenschapper niet altijd geven. Verwachtingsmanagement is daarom erg belangrijk. Als wetenschapper moet je het vertrouwen winnen van de begeleidingsteams’, aldus de oud- hardloper.

Vervolgens kwamen twee van die embedded scientists aan het woord. Richard Dik en Sander Ganzevles van NOC*NSF gaven tips en tricks. Dik (embedded scientist Teamsports op sportcentrum Papendal) liet aan de hand van stellingen de onderzoekers meedenken over de beste manier van samenwerken. Ook hier is verwachtingsmanagement de crux. Essentieel daarin is het kweken van goodwill vanaf de start van het project.

Ganzevles (embedded scientist KNZB) bevestigde dit in zijn presentatie en voegde daaraan toe dat het contact met de coaches het belangrijkst is: ‘samen met de coach kijk je naar de resultaten van een sporter, die koppelt dit vervolgens terug naar de sporter. Verder is belangrijk om van tevoren goed na te denken over wat de meting betekent voor de sporters. Een proefopstelling kun je het beste vooraf eerst zelf uitproberen’.

Na de lunch ging het programma verder voor de aio’s met een workshop ‘Schrijven voor de doelgroep’. Hanno van der Loo, hoofdredacteur van het blad Sportgericht, liep met de groep de verschillen door van het schrijven van een wetenschappelijke publicatie en een artikel voor een tijdschrift. ‘Begin gerust met de conclusie om de lezer het artikel in te trekken’ stipte Van der Loo al meteen een belangrijk punt aan. ‘Maak het artikel kort maar krachtig, houd je aan de richtlijnen van het tijdschrift waarvoor je schrijft en vermijdt teveel wetenschappelijk termen’ aldus Van der Loo. Vervolgens gingen de jonge onderzoekers door in kleine groepjes om elkaars teksten te analyseren.

De laatste workshop ‘valorisatie in de praktijk’ stond onder leiding van Robert Gelinck van het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB). Gelinck liet de promovendi meedenken over de verschillende opvattingen rondom dit thema. ‘Werk goed samen met je consortium, maak ze duidelijk wat ze kunnen verwachten van je onderzoek. Ook als dit niet de gehoopte uitkomst voor de partner is,’ concludeerde Gelinck, ‘goed contact met je partners is essentieel voor het goed laten landen van je onderzoeksresultaten, de verantwoordelijkheid voor valorisatie ligt niet alleen bij de onderzoekers maar ook bij het consortium.’

‘Het was een erg leerzame dag voor ons, je bent de hele dag aan het werk met andere aio’s die in dezelfde fase van hun onderzoek zijn. Het is fijn om te merken dat iedereen met dezelfde uitdagingen te maken heeft’, sluit Melanie Knufinke, aio op de Radboud universiteit af.

IMG_2400

Be first to comment