Gezonder bewegen door ruimtelijke ordening

Sociaal geografen van de Universiteit Utrecht onderzoeken in samenwerking met gezondheidswetenschappers hoe de openbare ruimte wordt gebruikt voor lichamelijke activiteit. Met de verzamelde data kunnen wijken, parken en stadscentra zo worden ingericht dat ze extra lichaamsbeweging bij inwoners stimuleren.
De universiteiten van Utrecht en Maastricht, TNO en De Haagse Hogeschool starten op 31 maart met het innovatieve onderzoeksproject PHASE (PHysical Activity in public Space Environments). Tijdens dit project onderzoekt de groep wetenschappers hoe mensen de openbare ruimte gebruiken voor lichamelijke activiteit, zoals wandelen, fietsen, sporten, spelen en recreëren.

Beweging stimuleren

De resultaten van dit onderzoek leveren inzichten op die stedenbouwers kunnen gebruiken om wijken, parken, stadscentra en andere publieke ruimtes zo in te richten dat inwoners gestimuleerd worden om meer te bewegen. Meer beweging is belangrijk om op gezond gewicht te blijven. Momenteel kampen teveel mensen met overgewicht, met allerlei chronische aandoeningen als gevolg.

Versnellingsmeter en GPS

Nodigt de omgeving uit om te bewegen? En waar bewegen mensen? Dit soort vragen stellen hoofdonderzoeker dr. ir. Dick Ettema, hoofddocent en onderzoeker Urban Geography aan de Universiteit Utrecht, en zijn collega’s zichzelf. Om antwoorden te vinden hanteren ze met PHASE een vernieuwende methode. “Deelnemers worden uitgerust met versnellingsmeters en GPS”, vertelt hij. “Hierdoor wordt niet alleen gemeten op welke plaatsen ze bewegen, maar ook hoe intensief ze dat doen.”

Complexe vraagstukken

“Wat ons onderzoek bijzonder maakt is de samenwerking tussen gezondheidswetenschappers, gemeenten en sociaal geografen”, vervolgt Ettema. “Ons uiteindelijke doel is om advies te geven aan stedenbouwers. Waar in een nieuwe woonwijk komt een park te liggen en hoe groot wordt het? Hoe veel bomen komen er in te staan, en gaan we er speeltoestellen neerzetten? Als mensen makkelijker kunnen bewegen, zullen ze dat vermoedelijk ook meer gaan doen. Samen met de gezondheidswetenschappers en gemeenten kunnen we een brug slaan tussen gezondheid en stedenbouw.”

Nauwe samenwerking

Ettema en zijn Utrechtse collega’s richten zich op 480 inwoners van Utrecht en Rotterdam in de leeftijd van 45 tot 65 jaar. Het onderzoek van Maastricht University richt zich op 400 scholieren in de overgangsfase van de basisschool naar de middelbare school. De gemeenten UtrechtRotterdam en Maastricht, deGGD Zuid-Limburg, het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB) en het Nederlands Instituut voor Onderzoek naar de Gezondheidszorg (NIVEL) zullen in de toekomst gebruik maken van de data die het onderzoek oplevert. Er is daarom een nauwe samenwerking tussen alle betrokken partijen.

Meer informatie >>

Be first to comment